Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • meester Henk - Olympische Winterspelen
    Bezoekers:
  • meervoudige sprong en combinaties

    Een sprong is naast enkelvoudig ook dubbel, drievoudig of zelfs viervoudig uit te voeren. Viervoudige sprongen worden voornamelijk door heren in de seniorencompetitie gesprongen. Enkelvoudige en dubbele sprongen worden veelal in een combinatie gesprongen, bijvoorbeeld een dubbele axel gevolgd door een dubbele rittberger en een enkele spot.

  • Vrije kür en korte kür

    Een solist schaatst een wedstrijd die bestaat uit twee onderdelen: de korte kür en de vrije (lange) kür.

     

    De korte kür bevat verplichte, door de ISU jaarlijks opnieuw vastgestelde elementen en mag maximaal 2 minuten en 40 seconden duren. De elementen bestaan uit sprongen, pirouetten en passencombinaties.

     

    De vrije kür mag maximaal 4 minuten duren bij de dames en 4 minuten en 30 seconden bij de heren. Deze kür is volledig vrij, maar men moet wel naar de normen van de niveaus de elementen kiezen. De schaatsers kunnen er al hun creativiteit in kwijt en hierin worden vaak de moeilijkste combinaties gesprongen om zo veel mogelijk punten te behalen.

  • Priksprongen

    Een priksprong is een sprong waarbij de rijder de tandjes (prikker) aan de voorkant van de schaats in het ijs prikt om zichzelf te lanceren. Van gemakkelijk naar moeilijk kennen we de volgende priksprongen:

    • Toeloop, of in Europa spot of cherryflip genoemd, wordt ingezet met een rechtsbuiten achterwaartse kant waarbij de linkerprikker in het ijs wordt geprikt.
    • Flip wordt ingezet met een linksbinnen achterwaartse kant waarbij de rechterprikker in het ijs wordt geprikt.
    • Lutz wordt ingezet met een linksbuiten achterwaartse kant waarbij de rechterprikker in het ijs wordt geprikt.

     

  • Kantsprong

    Een kantsprong wordt uitgevoerd door te springen van een kant van de schaats, zij het binnen of buitenwaarts, zonder hulp van de prikker. Van makkelijk naar moeilijk noemen we de volgende sprongen:

    • Salchow is een sprong die wordt ingezet met een linksbinnen achterwaartse kant.
    • Loop, in Europa veelal rittberger genoemd, wordt vanaf een rechtsbuiten achterwaartse kant gesprongen.
    • Axel wordt als enige sprong voorwaarts ingezet en wel met linksbuiten. Omdat alle sprongen wel hetzelfde worden geland, wordt er bij deze sprong een halve rotatie meer gedraaid.

     

  • Ook hier speelt de mode mee !
 
Add to Yurls