Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • meester Henk - Olympische Winterspelen
    Bezoekers:
  • blauw-rood-blauw-rood-blauw ....
  • slalom

    De slalom is een race in het alpineskiën. Dit is de race die de nadruk legt op de technische kwaliteiten van de racer om bochten te combineren.

  • je moet wel plat kunnen gaan
  • dat zijn een boel paaltjes ....
  • Reuzenslalom

    De reuzenslalom bij alpineskiën is een parcours tussen poorten die bestaan uit palen en vlaggen. De blauwe en rode poorten wisselen elkaar af om de 15 à 25-30 meter. Gezien de snelheid (die kan oplopen tot 80 km/u) voert de skiër een zeer dynamische en intense actie uit, tijdens welke hij al zijn capaciteiten op het gebied van evenwicht en kracht tentoon moet spreiden. Ook bij de reuzenslalom bestaan de poorten uit buigzame palen, die buigen wanneer de skiër ze raakt, maar die altijd stevig verankerd blijven op de helling. De mogelijkheid om de paal naar beneden te drukken heeft ertoe geleid dat de skiërs ook bij de reuzenslalom bochten maken waarvan de banen zich steeds dichter bij de palen bevinden, wat de snelheid ten goede komt.

  • Super G

    De Super Giant Slalom, kortweg Super G, is de op een na snelste vorm van alpineskiën, waarbij de skiërs een parcours in zo kort mogelijke tijd moeten afleggen. Bij de Super G zijn extra bochten in het parcours ingebouwd in vergelijking met de afdaling, zodat wat meer skitechniek van de skiërs verlangd wordt. Het parcours is echter minder bochtig dan bij de reuzenslalom. Het hoogteverschil van het parcours bedraagt 500 tot 650 meter en bij de vrouwen 400 tot 600 meter. In het parcours moeten ten minste 35 poortjes bij de mannen en 30 bij de vrouwen geplaatst worden, waarbij de afstand tussen de poortjes minstens 25 meter moet zijn. Een wedstrijd in de Super-G bestaat uit één manche

 
Add to Yurls