Een solist schaatst een wedstrijd die bestaat uit twee onderdelen: de korte kür en de vrije (lange) kür.
De korte kür bevat verplichte, door de ISU jaarlijks opnieuw vastgestelde elementen en mag maximaal 2 minuten en 40 seconden duren. De elementen bestaan uit sprongen, pirouetten en passencombinaties.
De vrije kür mag maximaal 4 minuten duren bij de dames en 4 minuten en 30 seconden bij de heren. Deze kür is volledig vrij, maar men moet wel naar de normen van de niveaus de elementen kiezen. De schaatsers kunnen er al hun creativiteit in kwijt en hierin worden vaak de moeilijkste combinaties gesprongen om zo veel mogelijk punten te behalen.